Normen en standaarden
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) van ASATEX AG
In de Europese Unie (EU) regelt de Verordening (EU) 2016/425 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen de beproeving en certificering van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), waaronder die van ASATEX AG. Volgens deze verordening moeten fabrikanten van PBM ervoor zorgen dat hun producten voldoen aan de relevante gezondheids- en veiligheidseisen voordat ze op de markt worden gebracht.
ASATEX AG laat haar PBM testen door conformiteitsbeoordelingsinstanties. Dit kunnen onafhankelijke testinstituten zijn of instanties die officieel erkend zijn door de EU-lidstaten. Deze instanties voeren uitgebreide tests, beoordelingen en controles uit om ervoor te zorgen dat de PBM voldoen aan de strenge eisen van de verordening.
ASATEX AG ziet erop toe dat haar PBM-producten correct gecertificeerd en gemarkeerd zijn voordat ze op de markt worden gebracht. Werkgevers worden opgeroepen om de meest geschikte PBM te selecteren voor de specifieke werkomstandigheden en ervoor te zorgen dat deze correct worden gebruikt, onderhouden en indien nodig worden vernieuwd. Op deze manier wordt een volledige bescherming van de werknemers in de verschillende werkomgevingen gewaarborgd.
Categorieën voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
De categorieën van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) vormen een essentiële basis voor de bescherming van medewerkers en arbeidskrachten in diverse professionele omgevingen. PBM omvatten een breed scala aan beschermingsmiddelen die zijn ontwikkeld om de gezondheid en veiligheid te waarborgen van degenen die in gevaarlijke werkomgevingen werkzaam zijn. De categorieën van de PBM zijn gestructureerd op basis van specifieke risico's en eisen en spelen een centrale rol bij de selectie, het gebruik en het onderhoud van de geschikte beschermingsmiddelen.
Categorie 1: Geringe bescherming
Categorie 1 van de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) omvat beschermende maatregelen die bedoeld zijn om te beschermen tegen minimale risico's en gevaren. Deze categorie heeft betrekking op situaties waarin het risico op letsel als minimaal wordt beschouwd. Het omvat eenvoudige PBM die comfortabel en gemakkelijk toe te passen zijn, zonder dat hiervoor speciale instructies of trainingen vereist zijn.
Categorie 2: Gemiddelde bescherming
Categorie 2 van de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) heeft betrekking op situaties waarin zich matige risico's und gevaren kunnen voordoen. Deze categorie omvat beschermingsmiddelen die een hogere mate van bescherming bieden dan categorie 1 en die zijn ontwikkeld voor werkomgevingen waar het risico op letsel weliswaar niet extreem hoog, maar toch aanzienlijk is.
Categorie 3: Hoge bescherming
Categorie 3 van de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) is gericht op de bescherming tegen ernstige risico's en gevaren die aanzienlijke gezondheidsrisico's of zelfs levensbedreigende situaties voor de dragers kunnen vormen. Deze categorie heeft betrekking op werkomgevingen waar bijzonder gevaarlijke omstandigheden, zoals extreme hitte, straling, chemische besmetting of biologische gevaren, kunnen optreden.
Interactief overzicht: U kunt het onderstaande overzicht gebruiken om meer te weten te komen over de respectievelijke normen. Er kan worden gezocht op normen, artikelen of inhoud. Houd er echter rekening mee dat dit algemene informatie over de normen betreft. Let op: sommige producten krijgen pas een norm in combinatie met andere aanvullende normen. Neem contact op met een van onze adviseurs.
EN 343:2019
Beschermende kleding — Bescherming tegen regen
EN 369
Beschermende kleding — Bescherming tegen vloeibare chemicaliën — Testmethode: Weerstand van materialen tegen permeatie door vloeistoffen
EN 374
Beschermende handschoenen tegen gevaarlijke chemicaliën en micro-organismen
EN 374-1 Terminologie en prestatie-eisen
In de norm DIN EN ISO 374-1 zijn de eisen vastgelegd voor beschermende handschoenen tegen gevaarlijke chemicaliën. Deze geldt in combinatie met de basisnorm DIN EN 420 (algemene eisen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie prestatietypen: Typeklassen: Type A: De beschermende handschoen heeft een permeatieweerstand van ten minste 30 minuten voor elk van de ten minste 6 testchemicaliën. Type B: De beschermende handschoen heeft een permeatieweerstand van ten minste 30 minuten voor elk van de ten minste 3 testchemicaliën. Type C: De beschermende handschoen heeft een permeatieweerstand van ten minste 10 minuten voor ten minste 1 testchemicalie.EN 374-2 Beschermende handschoenen tegen gevaarlijke chemicaliën en micro-organismen Bepaling van de weerstand tegen penetratie
EN 374-3 Beschermende handschoenen tegen chemicaliën en micro-organismen Bepaling van de weerstand van materialen tegen permeatie door chemicaliën
EN 374-4 Beschermende handschoenen tegen chemicaliën en micro-organismen Bepaling van de weerstand tegen degradatie door chemicaliën
EN 374-5 Beschermende handschoenen tegen gevaarlijke chemicaliën en micro-organismen
De norm beschrijft de terminologie en prestatie-eisen voor risico's door micro-organismen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten: -> Beschermende handschoenen tegen bacteriën en schimmels -> Beschermende handschoenen tegen bacteriën, schimmels en virussen De norm is op de handschoen duidelijk aangegeven door het pictogram "bescherming tegen micro-organismen". Bij bescherming tegen virussen staat onder het pictogram de tekst "VIRUS" vermeld. Hierbij is de dichtheid tegen de penetratie door de bacteriofaag Phi-X174 gecontroleerd.EN 381
Beschermende kleding voor gebruikers van handkettingzagen
EN 388:2016 + [a.b.c.d.e.f]
Beschermende handschoenen tegen mechanische risico's
Prestatieniveaus volgens EN 388
| Prestatieniveaus volgens EN 388 | Prestatie-indicator | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | ||
| a | ► Schuurbestendigheid: 0 tot 4 (cycli) | < 100 | 100 | 500 | 2000 | 8000 | |
| b | ► Snijbestendigheid: 0 tot 5 (factor) | < 1,2 | 1,2 | 2,5 | 5,0 | 10,0 | 20,0 |
| c | ► Scheurbestendigheid: 0 tot 4 (Newton) | < 1,2 | 10 | 25 | 50 | 75 | |
| d | ► Perforatiebestendigheid: 0 tot 4 (Newton) | < 20 | 20 | 60 | 100 | 150 | |
| e | ► Snijbestendigheid (TDM) volgens EN ISO 13997:1999: A tot F (Newton) | 2 | 5 | 10 | 15 | 22 | 30 |
| f | ► Schokbeschermingstest: P | ||||||
EN 407:2004 + [a.b.c.d.e.f]
Bescherming tegen thermische gevaren
Prestatieniveaus volgens EN 407
| Testcriteria volgens EN 407 | Prestatieniveaus | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | ||
| a | ► Brandgedrag | Niveau 0 tot 4 | ||||
| b | ► Contacthitte | Niveau 0 tot 4 | ||||
| c | ► Convectiehitte | Niveau 0 tot 4 | ||||
| d | ► Stralingshitte | Niveau 0 tot 4 | ||||
| e | ► Kleine spatten gesmolten metaal | Niveau 0 tot 4 | ||||
| f | ► Grote hoeveelheden gesmolten metaal | Niveau 0 tot 4 | ||||
EN 420
Algemene eisen voor beschermende handschoenen
EN 421
Beschermende handschoenen tegen ioniserende straling en radioactieve besmetting
EN 455
Medische handschoenen voor eenmalig gebruik
455-1 - Dichtheid
Het eerste deel (EN 455-1) houdt zich bezig met de vraag of een wegwerphandschoen dicht is. Hiervoor worden steekproefsgewijs wegwerphandschoenen gevuld met 1000 ml water met een temperatuur van 15 tot 35 graden Celsius gedurende twee tot drie minuten. Deze waterdoorlatendheidstest wordt twee keer uitgevoerd. Eerst wordt direct na het vullen met water gekeken of er water uit de handschoen lekt. Na 2 tot 3 minuten wordt nogmaals gecontroleerd of de wegwerphandschoen nog steeds dicht is. Op deze manier wordt de gehele handschoen gecontroleerd, met uitzondering van de laatste 4 cm bij de rand van het manchet. Een lekkage bij de rand van het manchet is weinig problematisch, omdat in de regel alleen de handpalmen of vingers in contact komen met eventueel gecontamineerde oppervlakken en voorwerpen. Het Accepted Quality Level (= geaccepteerd kwaliteitsniveau) moet bij medische handschoenen op minimaal 1.5 liggen (AQL 1.5). Ook dit kwaliteitsniveau wordt getest met behulp van een passende steekproef.455-2: Fysische eigenschappen
In het kader van het tweede deel van de norm (EN 455-2) worden de fysische kenmerken van de handschoen gecontroleerd. Hiertoe behoren de afmetingen en de treksterkte van de wegwerphandschoen. Om officieel aan de Europese norm 455 te voldoen, moeten van elke geproduceerde batch minimaal 13 handschoenen als monster worden genomen.455-3: Biologische evaluatie - poeder, chemicaliën, endotoxinen
De tests met betrekking tot het derde deel van de Europese norm 455 (EN 455-3) geven informatie over de mate waarin endotoxinen, poeder, chemicaliën en extraheerbare eiwitten in de handschoen aanwezig mogen zijn. Dit derde deel van de EN 455 stelt enerzijds grenswaarden vast voor chemicaliën, endotoxinen etc., die niet overschreden mogen worden als een handschoen aan deze norm wil voldoen en dus voor medisch gebruik moet worden toegelaten. Daarnaast worden in de EN 455-3 ook de bijbehorende testmethoden beschreven waarmee een fabrikant of de verantwoordelijke inspecteur het eiwit-, chemicaliën- en endotoxinegehalte van een handschoen moet testen. Omdat een handschoen na deze tests niet meer verkocht kan worden, wordt niet elke afzonderlijke handschoen gecontroleerd, maar worden er steekproeven genomen.455-4: Houdbaarheidstermijn
Het vierde deel van de EN 455 (EN 455-4) behandelt de houdbaarheidstermijn van wegwerphandschoenen. Deze bedraagt na de productiedatum meestal vijf jaar. Om kort na de productie al een realistische houdbaarheidsdatum te kunnen opgeven, wordt na de productie eerst een versnelde bepaling van de houdbaarheidstermijn uitgevoerd. Hiervoor wordt in een speciale oven de veroudering van de handschoen gesimuleerd. Daarna heeft de wegwerphandschoen zeer vergelijkbare, zo niet dezelfde kenmerken als de handschoen na drie jaar zou hebben. Na deze versnelde veroudering wordt de wegwerphandschoen opnieuw gecontroleerd op dichtheid (EN 455-1) en treksterkte (EN 455-2). Bovendien wordt gecontroleerd of de wegwerphandschoen nog geschikt is voor het beoogde gebruiksdoel. Als de handschoen slaagt voor deze drie tests, kan voorlopig worden gesteld dat de handschoen drie jaar houdbaar is. Of een wegwerphandschoen uiteindelijk 5 jaar houdbaar is, wordt na afloop van die tijd opnieuw gecontroleerd met handschoenen die daadwerkelijk vijf jaar oud zijn. Ook hierbij worden de tests van de EN 455-1 en de EN 455-2 toegepast, evenals de controle op geschiktheid voor het gebruiksdoel. Bij steriele wegwerphandschoenen wordt bovendien gecontroleerd of de steriele verpakking na vijf jaar nog intact is. De houdbaarheidstermijn moet duidelijk herkenbaar op de kleinste verpakkingseenheid, d.w.z. op de handschoenendoos, te zien zijn. Het is belangrijk dat de informatie over de houdbaarheidstermijn ook na de vijf jaar nog leesbaar is. Verder is het noodzakelijk dat op de handschoenendozen informatie wordt gegeven over de juiste opslag. Dit gebeurt meestal met behulp van eenvoudige, visuele weergaven (pictogrammen).EN 511:2006
Beschermende handschoenen tegen koude
EN 531
Beschermende kleding — Kleding voor bescherming tegen hitte en vlammen
EN 1073
Beschermende kleding tegen radioactieve besmetting
EN 1149
Beschermende kleding — Elektrostatische eigenschappen
EN 12477
Beschermende handschoenen voor lassers
EN 12941
Ademhalingsbeschermingsmiddelen — Motoraangedreven filtersystemen met een helm of een kap
EN 13034
Beschermende kleding tegen vloeibare chemicaliën
EN 13758
Textiel — Beschermingseigenschappen tegen ultraviolette zonnestraling
UPF-classificatie volgens EN 13758
| UPF-bereik | Bescherming | UV-afscherming | Klassen |
|---|---|---|---|
| 15 - 24 | Goed | 93,3 - 95,8 % | 15, 20 |
| 25 - 39 | Zeer goed | 96,0 - 97,4 % | 25, 30, 35 |
| 40 - 50+ | Uitstekend | 97,5 - 98+ % | 40, 45, 50, 50+ |
-> De UPF (Ultraviolet Protection Factor) geeft aan hoeveel langer de gebruiker aan de zon blootgesteld kan zijn zonder huidschade op te lopen. -> Een UPF van 50 betekent dat nog maar 1/50 van de UV-stralen door het weefsel dringt.
EN 14058
Beschermende kleding — Kledingstukken voor bescherming tegen koele omgevingen
Prestatieniveaus
-> a: Thermische weerstand (Rct-waarde) -> b: Luchtdoorlatendheid (optioneel) -> c: Waterdichtheid (optioneel) -> d: Thermische isolatie door middel van een bewegende/statische pop (optioneel)Thermische weerstand
De Rct-waarde wordt gezamenlijk over alle lagen van de kleding bepaald. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 3 klassen:| Klasse | Thermische weerstand Rct (in m² · K/W) |
|---|---|
| Klasse 1 | 0,06 ≤ Rct < 0,12 |
| Klasse 2 | 0,12 ≤ Rct < 0,18 |
| Klasse 3 | 0,18 ≤ Rct < 0,25 |
-> De thermische weerstand Rct meet de isolatie-eigenschappen van textiel. -> Vanaf een waarde van Rct > 0,25 valt de kleding normaal gesproken onder de norm EN 342 (bescherming tegen koude).
Luchtdoorlatendheid (optioneel)
Optioneel kan de kleding worden getest op luchtdoorlatendheid. Hierbij worden 3 klassen onderscheiden, waarbij de geschiktheid van het product voor bepaalde windsnelheden wordt gemeten. Klasse 3 biedt hierbij de grootste bescherming tegen wind.| Beschermingsniveau | Windsnelheid (WS) |
|---|---|
| Klasse 1 | WS < 1 m/s |
| Klasse 2 | 1 m/s ≤ WS < 5 m/s |
| Klasse 3 | WS ≥ 5 m/s |
-> De luchtdoorlatendheid van het materiaal bepaalt hoe effectief windchill-effecten worden geblokkeerd. -> Klasse 3 biedt de hoogste bescherming tegen sterke wind en voorkomt het afkoelen van het lichaam het meest effectief.
Waterdichtheid (optioneel)
Eveneens optioneel is een test van de waterdichtheid volgens EN 14058. Er worden twee klassen onderscheiden, waarbij klasse 2 de hoogste bescherming biedt.| Klasse | Waterdichtheid (Wp in Pa) |
|---|---|
| Klasse 1 | 8.000 Pa ≤ Wp ≤ 13.000 Pa |
| Klasse 2 | Wp > 13.000 Pa |
-> De waarde Wp geeft de druk aan die het materiaal weerstaat voordat er water doorheen dringt. -> Ter vergelijking: 10.000 Pa komt overeen met ongeveer een waterkolom van 1.000 mm. -> Klasse 2 biedt een aanzienlijk hogere weerstand tegen regen en vocht van buitenaf.
EN 14126
Beschermende kleding — Prestatie-eisen en testmethoden voor beschermende kleding tegen infectieverwekkers
Indeling van beschermingstypen (bescherming tegen chemicaliën)
| Type | Beschrijving | Relevante norm |
|---|---|---|
| Type 1a-B, 1b-B, 1c-B | Gasdicht (bescherming tegen gasvormige en vloeibare chemicaliën) | EN 943-1, EN 943-2 |
| Type 2-B | Niet-gasdicht (bescherming tegen stof, vloeistoffen en dampen) | EN 943-1, EN 943-2 |
| Type 3-B | Vloeistofdicht (bescherming tegen vloeibare chemicaliën onder druk) | EN 14605 |
| Type 4-B | Spraydicht (bescherming tegen vloeibare aerosolen) | EN 14605 |
| Type 5-B | Stofdicht (bescherming tegen in de lucht zwevende vaste deeltjes) | ISO 13982-1 |
| Type 6-B | Beperkt spatdicht (bescherming tegen lichte nevel) | EN 13034 |
-> De type-classificatie helpt bij de keuze van het juiste pak op basis van de aggregatietoestand van het gevaar. -> Het suffix "-B" bevestigt de aanvullende test volgens EN 14126 (bescherming tegen infectieverwekkers).
EN 14325
Beschermende kleding tegen chemicaliën — Testmethoden en prestatieclassificatie voor materialen, naden, verbindingen en samenstellen
EN 14605:2005 + A1:2009
Beschermende kleding tegen vloeibare chemicaliën
EN 14683:2019-10
Medische gezichtsmaskers — Eisen en testmethoden
EN 16350
Beschermende handschoenen — Elektrostatische eigenschappen
EN 17353
Beschermende kleding — Uitrusting voor verhoogde zichtbaarheid bij middelgrote risicosituaties
Uitrustingstypen volgens EN 17353
| Type | Toepassingsgebied | Eis |
|---|---|---|
| Type A | Alleen bij daglicht | Alleen fluorescerend materiaal |
| Type B | Alleen bij duisternis | Alleen retroreflecterend materiaal |
| Type AB | Daglicht, schemering en duisternis | Fluorescerend & retroreflecterend materiaal |
-> Beide typen zijn ook mogelijk als combinatie Type AB. -> Het waarschuwingseffect is hier echter lager dan bij de hoog-risiconorm EN ISO 20471.
Onderverdeling Type B (duisternis)
| Type | Bevestigingsvorm | Visualisatie |
|---|---|---|
| B1 | Vrijhangende bevestiging | Herkennen van beweging |
| B2 | Bevestiging aan de ledematen | Herkennen van beweging |
| B3 | Bevestiging op romp en/of ledematen | Herkennen van het silhouet |
EN 61482
Werken onder spanning — Beschermende kleding tegen de thermische gevaren van een elektrische lichtboog
EN ISO 374
Beschermende handschoenen tegen gevaarlijke chemicaliën en micro-organismen
Deel 1: Terminologie en prestatie-eisen (ISO 374-1:2016)
In de norm DIN EN ISO 374-1 zijn de eisen voor beschermende handschoenen tegen gevaarlijke chemicaliën vastgelegd. Deze geldt in combinatie met de basisnorm DIN EN 420 (algemene eisen). In totaal worden drie prestatietypen onderscheiden: -> Type A: minstens prestatieniveau 2 tegen minstens zes testchemicaliën uit de lijst van 18 chemicaliën. -> Type B: minstens prestatieniveau 2 tegen minstens drie testchemicaliën uit de lijst van 18 chemicaliën. -> Type C: minstens prestatieniveau 1 tegen minstens één testchemicalie uit de lijst van 18 chemicaliën. Ze zijn op de handschoen duidelijk gemarkeerd door het Erlenmeyer-pictogram in combinatie met de typeaanduiding. Onder het Erlenmeyer-pictogram geven kenletters aan tegen welke chemicaliën de handschoen is getest. Bovendien is in 2016 (EN ISO 374-1:2016: Beschermende handschoenen tegen gevaarlijke chemicaliën en micro-organismen - Deel 1: Terminologie en prestatie-eisen voor chemische risico's) gepubliceerd. Hierbij zijn de aanduidingen uitgebreid met de letters M - T:Lijst van testchemicaliën
| A Methanol | G Diethylamine | M Salpeterzuur 65% |
| B Aceton | H Tetrahydrofuraan | N Azijnzuur 99% |
| C Acetonitril | I Ethylacetaat | O Ammoniakwater 25% |
| D Dichloormethaan | J n-Heptaan | P Waterstofperoxide 30% |
| E Koolstofdisulfide | K Natriumhydroxide 40% | S Fluorwaterstofzuur 40% |
| F Tolueen | L Zwavelzuur 96% | T Formaldehyde 37% |
Deel 2: Bepaling van de weerstand tegen penetratie
Het tweede deel van de norm (EN 374-2) geeft informatie over de weerstand van de handschoen tegen de penetratie van chemicaliën. Hiervoor wordt de handschoen onderworpen aan een dichtheidstest. Deze omvat een waterlektest en/of een luchtlektest. Hierbij wordt de handschoen gevuld met lucht of water om te controleren of een van de vulmiddelen ontsnapt. Vóór de vernieuwingen van de Europese norm 374 werd deze water- of luchtdichtheid gemarkeerd met het bekerglas-pictogram.Deel 3: Bepaling van de weerstand tegen permeatie
De EN 374-3 verwijst sinds 2016 naar de EN 16523-1. Met de in deze norm beschreven testmethode wordt gecontroleerd hoe lang een chemisch bestendige handschoen bestand is tegen ten minste drie verschillende testchemicaliën.Deel 4: Bepaling van de weerstand tegen degradatie
Dit deel van de norm bestaat sinds 2014 en houdt zich bezig met de vraag in hoeverre de mechanisch-fysische materiaaleigenschappen veranderen bij contact met de testchemicaliën (degradatie). Bij deze meetmethode wordt een handschoen gedurende één uur blootgesteld aan continu contact met een van de 18 vloeibare testchemicaliën. Vervolgens wordt gecontroleerd in hoeverre de prikweerstand is veranderd. Een dergelijk resultaat is primair relevant voor gebruikers die dergelijke doorbraaktijden volledig willen benutten of de handschoenen meerdere keren willen dragen.Deel 5: Risico's door micro-organismen
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten beschermende handschoenen tegen micro-organismen: -> Beschermende handschoenen tegen bacteriën en schimmels -> Beschermende handschoenen tegen bacteriën, schimmels en virussen Ze zijn op de handschoen duidelijk gemarkeerd door het pictogram "bescherming tegen micro-organismen". Bij bescherming tegen virussen is onder het pictogram het opschrift "VIRUS" aangebracht. Hierbij is de dichtheid tegen de penetratie door de bacteriofaag Phi-X174 gecontroleerd.EN ISO 11393
Beschermende kleding voor gebruikers van handkettingzagen
EN ISO 11393-2 - Beenbescherming
Dit deel specificeert de eisen voor beenbescherming en definieert drie typen (of ontwerpen) van beenbeschermende kleding, afhankelijk van de aard van de bescherming: -> Type A (voorzijdebescherming): bedekt elk been gedeeltelijk (180°) plus extra 5 cm aan de binnenzijde van het rechterbeen en 5 cm aan de buitenzijde van het linkerbeen. De beschermende inleg begint op max. 5 cm vanaf de onderzoom van de broekspijp en eindigt 20 cm boven het kruis. -> Type B: beschrijft de bescherming door snijbestendige beenkappen. -> Type C: hier wordt elk been rondom (360°) door beschermende inleggen beschermd. De bescherming begint op max. 5 cm vanaf de onderzoom van de broekspijp en eindigt aan de voorzijde op min. 20 cm boven het kruis en aan de achterzijde op min. 50 cm onder de tailleband.EN ISO 11393-4 - Beschermende handschoenen
Bij deze norm wordt onderscheid gemaakt tussen twee ontwerpen: -> 1. Handrug (vingerhandschoen): minstens 110 mm breed und minstens 120 mm hoog. -> 2. Handrug + 4 vingers (want): minstens 110 mm breed und minstens 190 mm hoog.EN ISO 11393-5 - Beschermende beenkappen (gamaschen)
Beschermende beenkappen dienen ter overbrugging van de stalen neus van de veiligheidsschoen tot aan het oppervlak van de kettingzaagbescherming op de benen. Deze worden onderverdeeld in 4 klassen, die gebaseerd zijn op de kettingsnelheid.| Klasse | Kettingsnelheid |
|---|---|
| Klasse 0 (niet meer toegestaan) | 16 m/s |
| Klasse 1 | 20 m/s |
| Klasse 2 | 24 m/s |
| Klasse 3 | 28 m/s |
EN ISO 11393-6 - Bovenlichaambescherming
Ook hier wordt onderscheid gemaakt tussen 2 ontwerptypen. -> Type 1: Aan de voorzijde van de mouwen moet de beschermende inleg minstens 80% van het totale oppervlak beslaan en het niet-beschermde oppervlak van de mouwen mag niet meer dan 70 mm bedragen (gemeten vanaf de mouwzoom). -> Type 2: Dit type komt overeen met type 1, maar heeft daarnaast een buikbescherming. Ook hier gelden de vier eerder genoemde klassen.EN ISO 11611
Beschermende kleding voor gebruik bij het lassen en aanverwante processen
EN ISO 11612
Beschermende kleding — Kleding voor bescherming tegen hitte en vlammen
Prestatieniveaus van hitte-inwerking
| Code | Soort hitte / inwerking | Prestatieniveaus |
|---|---|---|
| A | Beperkte vlamverspreiding | A1, A2 |
| B | Convectiehitte | B1 – B3 |
| C | Stralingshitte | C1 – C4 |
| D | Vloeibare aluminiumspatten | D1 – D3 |
| E | Vloeibare ijzerspatten | E1 – E3 |
| F | Contacthitte | F1 – F3 |
-> De prestatieniveaus (1 tot 4) geven aan hoe lang of hoe intensief het materiaal bestand is tegen de betreffende hitte-soort. -> Niveau 1 staat voor de laagste bescherming, niveau 3 of 4 voor de hoogste bescherming. -> Aan de letter A (vlamverspreiding) moet dwingend worden voldaan om aan de norm te voldoen.
EN ISO 13688
Beschermende kleding — Algemene eisen
EN ISO 13982
Bescherming tegen vaste deeltjes (stofdicht)
EN ISO 14116
Bescherming tegen vlammen
EN ISO 20344
Persoonlijke beschermingsmiddelen — Testmethoden voor schoeisel
EN ISO 20345
Persoonlijke beschermingsmiddelen — Veiligheidsschoeisel
Beschermingsklassen (categorieën)
| Klasse | Eisen / Eigenschappen |
|---|---|
| SB | Reguliere schoen met beschermneus |
| S1 | antistatisch, schokabsorberende zool (200 Joule), gesloten hielpartij |
| S2 | als S1 met waterafstotend bovenmateriaal (schacht) |
| S3 | als S2 met ondoordringbare tussenzool |
| S4 | als S1 met waterdichte schacht van polymeer materiaal (laarzen) |
| S5 | als S4 met stalen tussenzool |
Optionele aanvullende aanduidingen
| A Antistatisch | CI Koude-isolerende zool |
| E Energie-absorberende hielpartij | HI Hitte-isolerende zool |
| FO Koolwaterstofbestendige zool | WR Waterdichte schoen |
| P Ondoordringbare tussenzool | WRU Waterbestendig schachtmateriaal |
| HRO Hittebestendige loopzool (contacthitte) | M Uitgebreide bescherming van de middenvoet |
| CR Snijbestendig bovenmateriaal | - |
Slipweerstand
-> SRA: Slipweerstand op keramische tegels met water en reinigingsmiddelen -> SRB: Slipweerstand op staal met glycerine -> SRC: Voldoet aan zowel SRA als SRBEN ISO 20471
Hogezichtbaarheidskleding
Minimaal oppervlak van het zichtbare materiaal (in m²)
| Materiaal | Klasse 3 | Klasse 2 | Klasse 1 |
|---|---|---|---|
| Achtergrondmateriaal | 0,80 m² | 0,50 m² | 0,14 m² |
| Retroreflecterend materiaal | 0,20 m² | 0,13 m² | 0,10 m² |
| Materiaal met gecombineerde eigenschappen | n.v.t. | n.v.t. | 0,20 m² |
-> OPMERKING: De klasse van de kleding wordt bepaald door het kleinste oppervlak van het zichtbare materiaal. -> Klasse 3 biedt de hoogste opvallendheid en is voorgeschreven voor werkzaamheden aan wegen met een hoge verkeerssnelheid (V > 60 km/u).
EN ISO 21420
Beschermende handschoenen — Algemene eisen en testmethoden
EN ISO 27065
Prestatie-eisen voor beschermende kleding voor gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen en personen voor vervolgwerkzaamheden
Overzicht van prestatieklassen
| Klasse | Risiconiveau | Beschermende werking & toepassing |
|---|---|---|
| C1 | Laag risico | Materialen en naden vertonen een minimale weerstand tegen de penetratie van vloeistoffen. Niet geschikt voor toepassingen met geconcentreerde oplossingen. |
| C2 | Gemiddeld risico | Materiaal en naden moeten een hogere beschermende werking hebben dan bij niveau C1. Niet geschikt voor toepassingen met geconcentreerde oplossingen. |
| C3 | Hoog risico | Materiaal en naden vertonen een minimale beschermende werking tegen permeatie. Geschikt voor de toepassing van geconcentreerde en verdunde oplossingen. |
-> De keuze van de juiste klasse hangt in grote mate af van de concentratie van de gebruikte chemicaliën en de duur van het contact. -> C3 vertegenwoordigt het hoogste beschermingsniveau binnen deze classificatie.
ISO 14644
Cleanrooms en bijbehorende gecontroleerde omgevingen
IEC 61482-1-2
Beschermende kleding tegen de thermische gevaren van een elektrische lichtboog
Öko-Tex® Standard 100
Het label OEKO-TEX® STANDARD 100 geeft aan dat alle onderdelen van een artikel zijn getest op schadelijke stoffen en daardoor onschadelijk zijn voor de gezondheid. Dit omvat bijvoorbeeld garens, knopen en accessoires.
Productklassen naar gebruiksdoel
Voor de productklassen binnen de OEKO-TEX® STANDARD 100 worden de artikelen gebundeld op basis van hun gebruiksdoel en als volgt onderverdeeld:
| Klasse | Benaming | Beschrijving & voorbeelden |
|---|---|---|
| Klasse 1 | Producten voor baby's | Producten voor baby's en peuters. Hier gelden de strengste eisen en grenswaarden. |
| Klasse 2 | Producten met huidcontact | Artikelen die direct op de huid worden gedragen of een groot contactoppervlak hebben (bijv. blouses, hemden, ondergoed). |
| Klasse 3 | Producten zonder huidcontact | Artikelen met minimaal of geen huidcontact (bijv. jassen, vesten). |
| Klasse 4 | Inrichtingsmaterialen | Halffabricaten of accessoires voor inrichtingsdoeleinden (bijv. tafelkleedjes, gordijnen, meubelstoffen). |
-> Alle onderdelen moeten aan de vereiste criteria voldoen voordat het eindproduct gecertificeerd kan worden.
-> Meer informatie vindt u op: https://www.oeko-tex.com/en/our-standards/standard-100-by-oeko-tex